Affect houses als een innovatieve methode.
De affect houses methode maakt deel uit van een groter onderzoek rond de terugkeer na werk na perinataal verlies, gefinancieerd door het FWO met Marjan De Coster als hoofdonderzoeker.
Uit eigen ervaring en tijdens interviews werd duidelijk dat niet alle gevoelens die moeders ervaren bij die terugkeer naar het werk na het verlies van een kind in woorden te vatten zijn. Samen met Dide van Eck en Noortje van Amsterdam werd er op zoek gegaan naar een eigen onderzoeksmethodiek, wat ons bracht tot de ontwikkeling van ‘affect houses’ als een methode.
De affect houses zijn kleine kartonnen doosjes waarin men aan de hand van materialiteit, textuur, kleur en ruimtelijkheid probeert weer te geven en (letterlijk) tastbaar te maken hoe een bepaalde situatie die moeilijk te verwoorden valt, voelt. Door het driedimensionele karakter van deze affect houses wordt eveneens waarneembaar hoe deze gevoelens tegelijk, in en door elkaar bestaan, waardoor we een beter zicht krijgen op het gelaagde karakter en de complexiteit van deze gevoelens. Onze innovatieve methode laat hierdoor toe om op een andere manier te duiden en te analyseren hoe (niet-)menselijke materie, taal en affect de realiteit van rouwende moeders op de werkvloer vorm geven.
In totaal werden er 25 affect houses gecreëerd door mama’s die hun kindje perinataal verloren – tijdens de zwangerschap of in de eerste vijf weken na de bevalling. Hoe de creatie van deze affect houses verliep is hier te lezen.
Hoewel elke affect house een afzonderlijk verhaal vertelt, brengen ze ook de collectiviteit van sommige gevoelens in beeld. In ons onderzoek benoemen we deze als drie verschillende intensiteiten: sensorieel, ruimtelijk en temporeel.
- Sensorieel: de affect houses tonen aan de hand van schurende, prikkende, donkere, of zachte materialen hoe bepaalde situaties hen fysiek pijn kunnen doen terwijl andere situaties juist zacht en ondersteunend kunnen voelen.
- Ruimtelijk: mama’s tonen aan de hand van ruimtelijke elementen in de doos hoe ze zich in de hoek geduwd voelen, geëxposeerd voelen, willen verdwijnen, hoe ze zich verloren of verstikt voelen.
- Temporeel: de affect houses tonen aan de hand van verwijzingen naar tijd (bv. kalenders), snelheid en tempo hoe het verder razende leven in schril contrast staat met de eigen beleving van tijd na het verlies van een kind.
Elke affect house toont een constellatie van deze drie elementen, waardoor de collectiviteit ervan naar voren komt.
Als je interesse hebt om meer over het project te lezen, neem dan contact op met de onderzoekers.
Over de onderzoekers
Marjan De Coster is mama van Siebe. Op 18 juni 2019 overleed Siebe als hij vijf weken oud was aan een complexe hartafwijking. Getriggerd door haar eigen ervaringen in haar terugkeer naar het werk – Marjan zat in de laatste fase van haar doctoraat op het moment van Siebe zijn overlijden – zocht en bekwam ze onderzoeksfinanciering bij het FWO (Vlaams Wetenschappelijk Onderzoek) voor een post-doctoraal onderzoek rond de terugkeer naar het werk na perinataal verlies. Voor dit project deed ze een etnografie bij het Berrefonds, 55 interviews met mama’s die hun kindje perinataal verloren, en organiseerde ze 6 affect house workshops waarin 25 affect houses gemaakt werden. In haar werk conceptualiseert ze hoe rouw, perinatale sterfte en reproductiviteit taboe zijn op de werkplek, en in combinatie ertoe leiden dat het ‘het rouwende moederlichaam’ (the grieving maternal body) vervreemd raakt op het werk. Eerder dan gevoelens als schaamte, schuld en isolatie als individueel te beschouwen bekijkt ze hoe deze gevoelens gevoed worden door de manier waarop we moederschap en goed werknemerschap definiëren in onze maatschappij.
Dide van Eck is recent moeder geworden en teruggekeerd in haar functie als universitair docent bij de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Hier geeft zij les in kwalitatieve onderzoeksmethoden en werk- en organisatiestudies ten tijde van maatschappelijke uitdagingen rondom diversiteit, digitalisering en duurzaamheid. Zij zet zich in haar onderwijs en onderzoek in voor meer affectieve en participatieve betrokkenheid met deze maatschappelijke uitdagingen. Naast haar rol als universitair docent doet zij onderzoek naar de rol van dagelijkse werk praktijken in het (on)mogelijk maken van inclusieve en zorgzame manieren van met mensen en niet-mensen omgaan.
Noortje van Amsterdam is moeder van twee. Na de geboorte van haar tweede kind, schreef ze een autoetnografisch verhaal over kolven op het werk waarin ze de normen rondom moederschap in relatie tot werk voelbaar probeerde te maken. Haar bredere onderzoeksinteresse omvat ervaringen rondom het vrouwelijke lichaam, en de affectiviteit ervan. Naast moederschap onderzoekt ze hoe de menopauze, zwaarlijvigheid, seksueel geweld en beperkingen een rol spelen in de werkcontext en welke gevoelens hierover circuleren. Om recht te doen aan deze onderwerpen die veelal in de taboesfeer zitten en tegelijkertijd heftige gevoelens oproepen, gebruikt Noortje vaak creatieve onderzoeksmethoden zoals gedichten, verhalen, theater en fotografie. Ze doet dit onderzoek vanuit haar functie als universitair hoofddocent bij de Utrechtse School voor Bestuurskunde en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht.