Spring naar de inhoud

Annelore, mama van Leon

    Mijn buitenkant is eigenlijk dat ik op een roze wolk zit, maar ik noem het een blauwe wolk, omdat het een jongetje was. Ik ben daar enorm afgevallen van die wolk. En dat is dan een donderwolk geworden.

    – Annelore

    De buitenkant van Annelore haar doosje toont hoe ze vertrekt van een blauwe wolk [blauw in plaats van roze omdat Leon een jongen was], maar van die wolk valt en in een donderwolk terecht komt. Binnenin toont ze de mix aan emoties die haar overrompelen in haar terugkeer naar het werk.

    De doos van Annelore is heel bewust een lange, smalle doos, waar ze helemaal op het einde opschrijft: eenzaam. Ze symboliseert de eenzaamheid die ze gevoeld heeft de tweede dag dat ze terug kwam op het werk en haar leidinggevende haar – goed bedoeld – in de rustige isolatieboxen liet werken. De doos maakt duidelijk hoe dat goedbedoelde initiatief ertoe leidde dat Annelore zich in de donkerte, in de eenzaamheid, geduwd voelde. Ver weg van de veertjes, die voor haar collega’s staan die haar tegelijk erg veel steun en liefde gaven na het verlies van Leon.

    De sponzen langs de zijkanten van de doos symboliseren hoe het werk haar opslorpt. Op stokjes, om de woorden meer naar voren te brengen schrijft ze: ‘werk kost energie’, ‘ik sta stil, alles gaat verder’, en ‘verdriet/angst’.

    Luister haar Annelore haar verhaal:

    Lees Annelore haar verhaal:

    Mijn buitenkant is eigenlijk dat ik op een roze wolk zit, maar ik noem het een blauwe wolk, omdat het een jongetje was. Ik ben daar enorm afgevallen van die wolk. En dat is dan een donderwolk geworden. Mijn collega’s waren eigenlijk superlief voor mij, ook omdat ik ze van in het begin verteld heb dat we geen goede resultaten hadden van ons NIPT en dat ik dan ook even niet naar het werk zou komen [krijgt een brok in de keel]. Uiteindelijk hebben ze daar allemaal wel goed op gereageerd en ook na mijn bevalling had ik in onze whatsapp groep gezet dat er een kleine prins geboren was [breekt in haar stem, begint zachtjes te wenen] en ja… die hebben allemaal, heel veel steun gegeven, we hebben veel steun van onze collega’s gehad, zelfs nog meer als mijn familie.

    Mijn tante… mijn neef is 9 jaar geleden gestorven en mijn tante zei daarop van, “ja ik snap niet waarom je zo’n verdriet hebt, je hebt Leon nooit gekend” [huilt] “terwijl ik wel 38 jaar mijn zoon gekend heb”. En dan zei ik, “je hebt de kans gehad om hem te kennen, ik heb nooit die kans gekregen.” En dan zei ze erop “je hebt er zelf voor gekozen.” En voor mij is dat op dat moment gebroken, terwijl ik daar super goed mee overeenkwam. Maar voor mij is dat op dat moment zo: je bent zo egoïstisch als je alleen maar daaraan denkt. Ik ben daar zo kwaad voor geweest.

    Dus die veertjes zijn mijn collega’s, die zijn zacht. Maar werk… werk kost veel energie in het begin, ik heb dat zo op stokjes geschreven.

    Dus die veertjes zijn mijn collega’s, die zijn zacht. Maar werk… werk kost veel energie… Die spons is… dat het werk mij opslorpt. […] En dan heb ik ook opgeschreven. Ik sta stil, alles gaat verder. En dat geeft heel veel angst en verdriet.

    – Annelore

    Is er een reden voor de stokjes? Of gewoon…?

    Gewoon, omdat ik dat wel… ik wil dat wel naar voor brengen. Dus die spons is… dat het werk mij opslorpt. Verdriet bij mezelf, heel veel verwarring in mijn hoofd met de vraag ‘hoe of waarom’. Euhm eenzaam heb ik erop geschreven. Omdat de tweede dag dat ik ging gaan werken, had mijn leidinggevende er niet beter op gevonden dan mij in isolatie te steken met drie patiëntjes. Wij hebben zo isolatieboxen en hij dacht van: ik ga er goed aan doen om Annelore in zo’n box te zetten, dan gaat ze niet zoveel vragen van op de werkvloer krijgen, van vragen en al. Terwijl ik mij daar echt… goed bedoeld hè, maar ik heb daar echt vijf uur, zes uur, of meer geweend… Ik denk één keer ben ik uit de box geweest, ik was daar zo eenzaam.

    Ik denk ik kom werken om terug onder de mensen te zijn een beetje, te zitten. En nu zet jij mij gij hier in die box… Euhm, ik heb daar achteraf ook wel iets van gezegd van “als je mij dat nog ne keer aandoet, dan kom ik niet meer werken de eerste maanden.” En hij heeft mij nooit meer in die box gezet.

    Eenzaam… Omdat mijn leidinggevende dacht dat hij er goed aan zou doen om mij in een isolatiebox te laten werken, zodat ik niet te veel vragen van op de werkvloer zou krijgen. Goed bedoeld hè, maar ik heb daar vijf uur, zes uur, of meer geweend. Ik was daar zo eenzaam.

    – Annelore

    Ik wou echt de tunnel pakken, omdat dat eenzaam was… die dag van… doe mij dat gewoon nooit niet meer aan.

    En een tunnel omdat ge u dan ver verwijderd voelde van iedereen?

    [Vastberaden] Ja, ja. Ik voelde mij écht nog méér in een kotje geduwd eigenlijk. Letterlijk, zo van je zit al in dat kotje van: mama die wel mama is, maar die geen tastbaar kindje heeft, en die dan ook nog eens keer alleen gezet wordt. Dat heeft mij geen goed gedaan.

    En dan heb ik ook opgeschreven. Ik sta stil, alles gaat verder. En dat geeft heel veel angst en verdriet. En de nieuwe ‘ik’, 2.0. heb ik er ook opgezet.

    Aan de andere kant? Dat is waar dat ge naartoe aan het gaan zijt?

    Ja

    Ik wou ook echt een tunnel pakken. Ik voelde mij écht nog méér in een kotje geduwd eigenlijk. Letterlijk. Je zit al in dat kotje van: mama die wel mama is, maar die geen tastbaar kindje heeft, en die dan ook nog eens alleen gezet wordt

    – Annelore

    Deel dit verhaal: