
[Dat tekstje] waren mijn gedachten tijdens mijn paniekaanval
– Antigoni
Stopt dit ooit?
Komt het nog goed?
Ik ben zo eenzaam,
buiten de groep.
Jullie lachen
en ik ween
Pak mij toch vast,
laat mij niet alleen
Antigoni geeft in haar doosje de aanloop naar een paniekaanval weer.
Gefrommeld crèpepapier, weggestoken in de hoeken beelden de eenzaamheid uit, het gevoel van ingedeukt te zijn, verwrongen met zichzelf, verstopt. Het illustreert de moeite die ze voelt om opnieuw verbinding te voelen met haar collega’s, voor wie het leven verder gaat als vanouds, en die niet goed weten hoe met haar in contact te zijn na het verlies van Penelope.
Dit gevoel stijgt in crescendo, tot een punt dat zijzelf en haar lichaam breken en ze een paniekaanval ervaart. Haar lijf wordt als de schuurspons in het midden uit elkaar getrokken, ruw en zichtbaar voor iedereen.
En toch is er ook de zilveren rand: de hulpeloosheid in de ogen van haar collega’s die ombuigen tot zorg.
Luister naar Antigoni haar verhaal:
Lees Antigoni haar verhaal:
Dit [het verfrommelde crêpepapier in de hoeken] stelt eigenlijk de aanloop voor naar een moment dat het mij echt niet meer af ginpg. Ik had in het begin, toen ik terug kwam werken na mijn moederschapsrust, heel veel verwachtingen om opnieuw te gaan werken. Ik dacht dat het een magische oplossing zou zijn want ik dan moest ik niet meer thuis zijn, met mijn gedachten en emoties. Want ondertussen was mijn man ook al lang terug aan het werk, dus ik zat daar maar alleen, mezelf alleen bezig te houden. Ik was dat zo beu. Dus ik dacht: yes, ik zit op het werk, het komt in orde.

Ik voelde mij heel alleen […]
– Antigoni
Ik voelde mij ingedeukt, zo in de hoekjes, het gevoel dat ik wou wegkruipen, en dat ik me ook echt weggeduwd voelde.
Ik had toch ook iets te hoge verwachtingen naar mijn collega’s toe, dat zij ook maar gewoon zouden moeten weten hoe ze met mij om moesten gaan. Dat viel heel erg tegen. Ik voelde mij heel alleen. Ik voelde mij soms zowat, alsof ik mij zelf terug trok enerzijds en anderzijds, alsof ik mij ook een beetje in een hoekje gedrukt voelde. […]
Ik heb mij enorm depressief gevoeld, die twee weken dat ik weer terug aan het werk was. Je kent het wel. Echt mijzelf uit mijn bed moeten sleuren. Ik heb echt mijn best gedaan om toch te kunnen functioneren op mijn werk. Maar mijn verlies was echt iets wat op de achtergrond aanwezig bleef. Ik was heel depressief, maar ik had dat zelf niet door.
En het is vooral het gedrag van mijn collega’s dat ertoe geleid heeft dat ik tot een punt gekomen ben dat het echt niet meer ging. En ze [collega’s] hebben dat zeker niet slecht bedoeld. Maar dat is gewoon zo van nature gegroeid denk ik.
Ons werk is heel afhankelijk van het aantal bestellingen dat er binnenkomt. Dus we hebben dagen dat we amper iets te doen hebben. Dus dan zitten we onder elkaar te grappen en te grollen. Ik merkte plots op dat als het werk gedaan is, ik altijd maar alleen zat. Als ik dan naar boven ging om naar de wc te gaan en ik terug beneden kwam dan was het daar leeg en vroeg ik me af waar iedereen naartoe was. Ik voelde mij in mijn hoofd alleen, maar ik was fysiek ook alleen. Op een bepaald moment bekroop mij dat zo, ik zat zó in mijn hoofd.
Ik dacht: dit komt nooit meer goed. Heel obsessief: dit komt nooit meer goed met mij, mensen gaan nooit meer normaal tegen mij kunnen doen, ik ga nooit meer normaal kunnen doen tegen andere mensen. Wat moet ik hier mee? Hoe moet ik verder met mijn leven?
En dat is op mij beginnen te slaan, ik ben gaan hyperventileren, ik raakte niet gekalmeerd, ik ben stevig beginnen te huilen.
Ik stond ineens niet meer in dat hoekje (zoals opgefrommeld crèpepapier), maar in het midden. […]
– Antigoni
Nu voelde ik mij echt uit elkaar getrokken (zoals de schuurspons in het midden) … heel kwetsbaar, want iedereen ziet u, en je wilt niet dat anderen u zo zien. Dat was een heel scherp moment.

Ik ben zelf naar boven gegaan (waar er wat frisse lucht was), ik dacht frisse lucht zal mij goed doen, dan kom ik er wel door. Maar dat was niet het geval [lacht met pijn]. Ik heb dan beslist voor mijzelf ik ga terug naar huis want het lukt echt niet.
En op dat moment vraag iemand mij “je ziet er niet goed uit, is er iets aan de hand?”
En toen begon heel dat hele gevoel opnieuw: terug huilen, hyperventileren, ik ben uiteindelijk door zuurstoftekort op de grond gezakt. Ik stond ineens niet meer in dat hoekje, maar in het midden. Iedereen stond naar mij te kijken, ik voelde mij in plaats van heel teruggetrokken in de hoekjes, opgefrommeld (zoals het crèpepapier in de hoek), nu echt uit elkaar getrokken (schuurspons in het midden)… ja heel kwetsbaar, want iedereen ziet u, en je wilt niet dat anderen u zo zien.. Dus dat was een heel scherp moment.

De siliver lining (langs de zijkant) was wel dat ik merkte dat mijn collega’s enorm met mij inzaten. Ik zag de hulpeloosheid in hun ogen van: ik wil iets voor u doen, maar ik weet niet wat. En dat was op dat moment al genoeg.
– Antigoni
Maar de silver lining [langs de zijkant] was wel dat ik merkte dat mijn collega’s enorm met mij inzaten… ik zag echt de hulpeloosheid in hun ogen van: ik wil iets doen voor u maar ik weet niet wat. En dat op zich was op dat moment al genoeg, zij zijn meteen terug opgesprongen hulp gevraagd en ook meteen gezegd van gij gaat naar huis, maar rijdt niet zelf, heel praktisch, heel mooi afgehandeld eigenlijk, dus ik heb mij heel ellendig gevoeld maar zij hebben ook een hele mooie kant laten zien.
En dat crèpepapier met die donkere kant, waar staat dat voor?
Dat staat eigenlijk voor mijzelf… ik voelde mij heel ingedeukt in de hoekjes, dat ik wou wegkruipen, en dat ik mij ook echt weggeduwd voelde.
En dat tekstje dat je erop geschreven hebt?
Dat waren mijn gedachten in de paniekaanval.
Stop dit ooit? Komt het nog goed? Ik ben zo eenzaam buiten de groep. Jullie lachen en ik ween. Pak mij toch vast laat mij niet alleen
Want ik voelde echt dat zij van mij wegliepen… [stilte waarin ze zacht begint te wenen] maar achteraf is dat wel goed gekomen, dat moment had ik voor mijzelf nodig. En toen ik terugkwam hebben we er wel heel open over gepraat.
