Joke, mama van Franne, vertelt over de woede die ze op haar lijf voelt naar aanloop van een gesprek met de verzekeringsarts, terwijl ze zich langs de binnenkant net erg fragiel en kwetsbaar voelt.

Dat rode, schurende langs de buitenkant, is de boosheid, de kwaadheid, de ‘colère’ [woede] […]
– Joke
omdat ik het gevoel had: iemand anders moet oordelen over mijn toestand en of ik al dan niet arbeidsongeschikt ben, hoe hard ik hierover mág rouwen en verdrietig over mag zijn […].
Dat is dat “WAAAAAAAH!” (van frustratie en woede) dat is dát.
Ruw, schurend, gloeiend, razend papier tekent de buitenkant van de doos die Joke maakte. Ze beschrijft ermee de boosheid, de woede de “WAAAAAAAH” – zoals ze die zelf in een kreet omzet – die ze over heel haar lijf voelt wanneer ze op gesprek moet bij de verzekeringsarts. Een verzekeringsarts waar ze als zelfstandige in het verleden reeds een ongemakkelijke confrontatie mee had, en van wie ze afhankelijk is om haar uitkering te krijgen. Met andere woorden, wie mag beslissen ‘hoe zeer ze mag rouwen of verdrietig mag zijn om het verlies van Franne’.
Haar lichaam wil het uitschreeuwen, zoals de buitenkant van de doos, maar tegelijk voelt ze zich gevangen, een gevoel dat weergegeven wordt door het prikkeldraad dat de doos rondom verst(r)ikt. Want het uitroepen tegen die verzekeringsarts heeft een averechts effect. Het systeem legt haar lam, maakt haar machteloos, zet haar in een situatie waar ze niet voor gekozen heeft, terwijl haar lichaam door elektriciteit geladen lijkt. Wie naar Joke haar verhaal luistert zal merken dat die woede ook erg aanwezig is in de manier waarop ze haar verhaalt vertelt.
De binnenkant van Joke haar doos staat in schril contrast met de buitenkant. In tinten framboos – de kleur die Joke associeert met Franne – en zachte texturen geeft ze haar interne kwetsbaarheid weer, het fragiele, haar rouw, haar verdriet. In het midden van de doos, in het midden van haar hart, van haar zijn, ligt Franne, omgeven door liefde, kwetsbaarheid en verdriet.
Luister naar Joke haar verhaal:
LEES JOKE haar verhaal:
Ik moest vorige week naar de verzekeringsarts van mijn gewaarborgd inkomen.
Wil je dat nog eens goed uitleggen? Want dat ken ik niet.
Als zelfstandige als je uitvalt dan heb je het ziekenfonds, maar het ziekenfonds houdt helemaal geen rekening met uw loon. Dat is een vast bedrag, puur op basis of dat je alleen bent, of dat je kinderen hebt. Maar de meeste zelfstandigen hebben [ook] een verzekering ‘gewaarborgd inkomen’ en dat wordt dan berekend. Je kiest zelf voor hoeveel dat je jezelf verzekert, vaak is dat dan op basis van je het inkomen dat je had, dat je die keuze maakt. En dan krijg je zoveel procent uitbetaald. Een beetje zoals de werkgever in het begin doet. En dan afhankelijk van waar dat je werkt, heeft een werkgever vaak nog een bijkomende verzekering zodat je niet op invaliditeitsuitkering uitvalt als werknemer.
Maar dat is een verzekeringscontract, dus die moet oordelen of je effectief arbeidsongeschikt was voor die periode dat je thuis was. Ik keek helemaal niet uit naar die ontmoeting met de verzekeringsarts. Ook omdat, ik had die arts voordien al eens moeten zien in het kader van een accident dat ik eerder gehad heb. En dan kreeg ik de eerste keer dat ik daar was de opmerking: “maar mevrouw toch, u moet toch alleen maar een beetje zitten en praten” [Joke is psychologe]. Dat zeiden ze, op het moment dat ik dít [zoals op dit moment een gesprek voeren] eigenlijk niet kon. Ik kon geen gesprekken voeren, ik kon niet tegen licht, ik kon niet tegen geluid. Ik had net een hersenschudding en whiplash gehad door dat accident. En dus dat was zijn opmerking, die vond [toen al] niet dat ik arbeidsongeschikt was.
Maar dit [de rouw die ze nu voelt] is niet lichamelijk aantoonbaar. Maar naar die verzekeringsarts gaan was de enige weg die ik nu kon nemen [om financieel in orde te zijn]. Iemand zei ook “Joke hebt ge het toch nog niet aangegeven bij het gewaarborgd inkomen?” Maar dan zeg ik ook “Maar ja… met mij fysiek scheelt er niets. Ik bedoel, ik heb geen been gebroken, en zelfs met een gebroken been kan je als psycholoog werken.”
Dus ja ik voelde mij… het feit dat iemand anders, en ook het gevoel dat… [komt moeilijk uit haar woorden]. Het probleem met die verzekeringsarts is ook, je hebt dan… ik ga naar een huisarts en de gynaecoloog en ik heb een therapeut en die geven allemaal allerlei redenen waarom ik niet kan werken. Maar daar houden die [de verzekeringsartsen] allemaal geen rekening mee. Alles wat hun collega [zoals de huisarts, gynaecoloog, therapeut)] zegt, wordt uit je dossier gesmeten. Wat ik mezelf niet kan voorstellen, dat als een collega mij iets vertelt of doorgeeft, dan hou je daar rekening mee. Je gaat uit van elkaars professionaliteit. Daar dus niet. Alles wat die collega’s vertellen, is precies bullshit.
Ik voelde mij heel machteloos in die situatie,
– Joke
het gevoel dat wat ik ook zeg of die, ik heb hier geen vat op. […]
Die prikkeldraad staat voor het gevangen zitten, en het geklemd zitten, het vast zitten.
Want ik moést bij die arts verschijnen.
Ik had geen keuze.

Dus ik moest gaan en ik was al op voorhand zeer gespannen. Omdat ik het gevoel had: iemand anders moet oordelen over mijn toestand en of ik al dan niet arbeidsongeschikt ben, en dus ook over mijn lijden. Hoe hard ik hier zogezegd over mág rouwen en verdrietig over mag zijn en daardoor niet kan werken, terwijl ik fysiek wel in orde ben om te werken. De vorige keer met mijn accident zei hij ook “moest ge nu kuisvrouw zijn mevrouw, dan snap ik het, want ja.. je kan niets boven je hoofd tillen”.
Dus nu moest ik naar diezelfde arts. Maar zo het gevoel dat ik daar helemaal geen vat op heb van wat die daarvan gaat zeggen én die bepaalt of ik centen krijg of niet en of ik ga werken of niet.
Dus ik had daar zeer veel stress voor op voorhand. Ik heb dat achteraf ook heel lichamelijk gevoeld hoeveel stress ik daarvan had opgeslagen. En zo het gevoel… en dat is woord één dat ik hier heb opgeschreven, mij zo heel machteloos voelen in die situatie. Het gevoel dat wat ik ook zeg of doe, ik heb hier helemaal geen vat op.

En vanbinnen zit eigenlijk een heel zacht en kwetsbaar iets. Dat helemaal geen nood heeft aan deze situatie en er ook niet beter van wordt.. […]
– Joke
Dat zijn mijn rouw en het gemis, en alles wat voor Franne staat.
Ik ben eigenlijk bijzonder boos en kwaad, maar dat kan je niet zeggen als je daar bij de verzekeringsarts zit. Ik voel mij heel onrechtvaardig behandeld. Zoals zo vaak gewoon al in de interactie met mensen die nog nooit iets ernstigs meegemaakt hebben is dat al zó moeilijk om te begrijpen wat je voelt. En een arts die alleen vooral moet werken voor een verzekering, en als ze niet moeten betalen dan gaan ze niet betalen… Dus ja dat [het rode langs de buitenkant] is boosheid, en kwaad en colère [woede] die ik niet naar buiten mag of kan brengen. Dat vooral heel erg van binnen zit, en zeker niet mag uiten. Want wat ik ook zou roepen tegen die arts, dat zou het ook alleen maar erger maken.
En die stress, want je zegt, ik voel dat op voorhand echt al lichamelijk… wat voel je dan?
Als in uw bed liggen en voelen dat je niet ligt. Dat je alles opspant en eigenlijk boven op uw matras ligt. De dagen erna had ik echt spierpijn en in mijn benen, in mijn bekken. Echt zo het gevoel: ik heb een marathon gelopen, terwijl, ik heb juist niks gedaan. Echt zo het gevoel dat mijn spieren ontzettend veel gedaan hebben, ik ben daar écht van moeten bekomen van dat gesprek. Ook omdat dat zó als niet zorgend aanvoelt. Die man zit daar niet voor mij, om mij te helpen. Dat is een verzekeraar. Dat is niet iemand die daar voor mijn welzijn zit, maar waar ik zó afhankelijk van ben.
Ik vind dat “WAAAAAAAH”, dat is dát [het rode, schurende, roepende, stekende, razende op de buitenkant van Joke haar doos]. Het [de woede] er wíllen uitsmijten, maar dat gevangen zitten daarin. In een situatie waar ik niét in wil zitten, maar waar ik precies niets aan kan doen.
Staat dit [de prikkeldraad langs de buitenkant] voor gevangen zijn, of ook boos zijn?
Vooral het gevangen zitten, en het geklemd zitten, het vast zitten. Want ik moést bij die arts verschijnen. Ik had geen keuze.
En dit [het rode omhulsel] staat allemaal voor de woede? Daarom ook het rode, neem ik aan?
Ja inderdaad. En dus vanbinnen gaat het voor mij eigenlijk… [doet de doos open], zit daar eigenlijk een heel zacht en kwetsbaar iets. Dat helemaal geen nood heeft aan deze situatie en er ook niet beter van wordt.
En dat is uw rouw en uw…?
Mijn rouw en het gemis, en alles wat voor Franne staat. Daarmee dat er ook heel wat.. Framboos is mijn kleur dat heel erg bij Franne hoort, dus er zitten veel van die tinten in. Ze ligt er ook echt in.
Ik vind het interessant, wat je zegt van die woede, ik mocht dat niet uiten, maar hij zit wel langs de buitenkant van de doos [in plaats van binnenin als iets dat binnenin leeft en raast]?
Ja, ja [vastberaden]. Omdat het een situatie is die ook van buitenaf komt, en er langs de buitenkant uit wil. Het heeft wel een interne impact, maar ik wil dat eigenlijk niet. Ik kan dat ook voelen.
Ik kan het ook voelen aan de manier waarop je nu praat [Joke praat met erg veel intonatie, de woede enerzijds en kwetsbaarheid over Franne anderzijds stralen door in haar stem].
Ik kan ook echt precies het gevoel hebben dat mijn lijf onder elektriciteit staat, maar alleen de buitenkant, en als ik aan die situatie met de verzekeringsarts denk dan voel ik dat al helemaal [lacht] dan zijn we helemaal daar. Het voelt ook als iets dat… BAM… ja, buitenop mijn lijf zit.
Ik kan ook echt precies het gevoel hebben dat mijn lijf onder elektriciteit staat, maar alleen de buitenkant, en als ik aan die situatie met de verzekeringsarts denk dan voel ik dat al helemaal [lacht] dan zijn we helemaal daar. Het voelt ook als iets dat… BAM… ja, buitenop mijn lijf zit
– Joke
