Spring naar de inhoud

Julie, mama van Otis

    De wollige watjes zijn ikzelf en Otis op mijn rug, omdat hij mee gaat met mij […].
    De kleuren tonen het gevoel van liefde dat ik heb voor Otis, dat ik voel in mij, maar waar ik geen plaats voor vind op mijn werk.

    – Julie

    Een mijnenveld siert het doosje van Julie. Langs de zijkant plaatst ze zichzelf, zacht, warm en toch ook fragiel watje, met Otis als geel watje op haar rug. Een warme gloed omringen haar en Otis. Een gloed die geleidelijk afneemt met elke stap die ze in het mijnenveld zet.

    Dat mijnenveld, gesymboliseerd door de uitstekende tandenstokers, tonen hoe ze op het werk het gevoel heeft dat ze op elk moment op een mijn kan trappen die haar intern verscheurt. Op het moment dat Julie deze doos maakt, zijn haar collega’s niet op de hoogte van het verlies van Otis, waardoor sommige onschuldige uitspraken extra hard bij haar binnen komen.

    Langs de zijkant plaatst Julie schuurpapier, opnieuw om de pijn, het schurende weer te geven dat ze in zichzelf voelt tussen willen praten over Otis en er tegelijk de ruimte niet voor vinden. Julie prikt tot slot gaten in haar doos, die haar benauwd gevoel verlichten. Ze staan voor de collega’s die wel op de hoogte zijn en er voor haar zijn.

    Luister naar Julie haar verhaal:

    (Julie haar verhaal werd opnieuw ingesproken)

    Lees Julie haar verhaal:

    Dat ben ik, met Otis op mijn rug [de wollige watjes die centraal staan] omdat die meegaat met mij. Ja… En dit veld met tandenstokers is mijn werkomgeving, waar ik het gevoel heb dat ik de hele tijd hindernissen heb, en de hele tijd moet opletten waar ik loop, omdat ik ergens ga tegenlopen of mij pijn ga doen.

    En de kleuren… ik heb het gevoel dat de liefde die ik heb voor Otis dat ik dat heel erg voel in mij, en ook rondom mij, maar dat verdwijnt beetje bij beetje als ik op mijn werk loop, zo van “ahja maar ja, hier heeft dat geen plaats, spijtig”. En dat ligt ook aan mij, ik weet het. Omdat ik er ook geen plaats voor vraag of geen… maar dat gevoel heb ik zowat gehad.

    Dit veld met tandenstokers is mijn werkomgeving, waar ik het gevoel heb dat ik de hele tijd moet opletten waar ik loop omdat ik ergens ga tegenlopen of mij pijn ga doen.
    Ik heb het gevoel dat als ik mij beweeg, dat ik mij pijn kan doen, aan dat schuurpapier. Die stokjes, dat schuurpapier, die staan eigenlijk allemaal een beetje voor hetzelfde.

    – Julie

    Want in het begin, ik herinner mij nog het moment dat ik na de grote vakantie direct tegen mijn algemeen directeur gezegd heb dat ik zwanger was. Omdat, ik zat op een AT2 afdeling, dat is een afdeling voor anderstaligen, en de leerkrachten daar die moeten onmiddellijk stoppen met werken als ze zwanger zijn, omdat dat een risicodoelgroep is. Een beetje een raar idee, maar goed.

    Ik was op dat moment digicoach bij die groep, dus ik moest ook onmiddellijk stoppen. Dus ik dacht: ik ga dat direct tegen mijn algemeen directeur zeggen dat ik zwanger ben, zodat hij voor het begin van het schooljaar iemand anders kan aanstellen. En ik heb dan gevraagd “wil je mijn zwangerschap nog niet aan de grote klok hangen”, want ik was toen ook nog maar maar 7 of 8 weken zwanger.

    En een week later kreeg ik een mail van een collega die ik nooit zie, “proficiat met uw zwangerschap”, dus ik denk: allez.. Die leidinggevende had dat in één of ander document gezet waar de admins in konden.

    Dus op het moment dat Otis dan stilgeboren is, en dat aan mijn leidinggevende liet weten, heeft ze dat aan niemand meer gezegd [omdat ik voordien lastig geweest was dat anderen al op de hoogte waren]. Dus dat was ook wel, dat was toen wel wat dubbel. De eerste keer had ik gevraagd om te zwijgen en dat is toen niet gebeurd. En nu.. nadat Otis stilgeboren is, laat je ook niets van je horen.

    Ik zit heel veel in mijn eigen hoofd.
    Ik worstel daar heel erg mee van: wat moet ik vertellen, aan wie wil ik erover vertellen?
    En ja… en soms steek ik mij dan liever ook gewoon weg.

    – Julie

    Ik heb het gevoel dat als ik mij beweeg, dat ik mij pijn kan doen, aan dat schuurpapier. Die stokjes, dat schuurpapier, die staan eigenlijk allemaal een beetje voor hetzelfde [de pijn, het schurende dat ik niet over Otis kan praten]. En die gaatjes die ik uiteindelijk heb geprikt, die verlichten dat benauwd gevoel. Dat zijn zo de collega’s die het wel weten, die wél heel lief zijn geweest en er zijn geweest voor mij en er nog altijd zijn.

    En die geven dan zuurstof?

    Ja

    En als je zegt, die hindernissen en de zijkant, dat het schuurt, wat zijn dan zo concrete situaties waar je dan zo aan denkt?

    Bijvoorbeeld een paar weken geleden.. Ik liep de leraarskamer binnen en daar zat een leerkracht die niet van Otis wist, en ze vroeg “hoe is het?” ik zeg “bwa ja, ça va” en die zegt zo “het is precies altijd maar bwa ja ça va bij u”… Auw… ja… oké.. maar die weet van niets, dus ja.. dus ik denk dat het eigenlijk ook wel een stuk aan mij is om dat te breken.

    Lukt u dat dan niet op dat moment om daar op te reageren?

    Nee

    Heb je daar de energie niet voor of?

    Nee… nee, ik kan er zo niet de vinger op leggen… Ja, ik weet het niet… ik kan nog altijd niet zeggen waarom ik daar niet op kan reageren. Ehm.. ik heb zo wat vriendinnen die… één koppel die… Een goeie vriendin van mij die is getrouwd met een vrouw die hebben een heel lang fertiliteitstraject achter de rug die hebben al een vroeg verlies gehad op 8 weken, op 12 weken. En soms wringt dat bij mij. Dat ik denk.. “wat geeft mij meer recht om dat zo naar buiten te brengen”, terwijl zij dat verlies in stilte dragen.

    Andere mama: Dat is ook hun keuze hé, iedereen moet daar zijn eigen manier in vinden om daarmee om te gaan.

    Ik weet het… maar ik vind dat… ik heb mij daar al erg veel over nagedacht en ja… ik kan dan natuurlijk thuis ook met niemand een keer ventileren of aftoetsen [Julie is alleenstaande mama]. Ik zit heel veel in mijn eigen hoofd.

    Ik worstel daar heel erg mee van: wat moet ik vertellen, aan wie wil ik erover vertellen, en ja.. en soms steek ik mij dan liever ook gewoon weg.

    En doe je dat dan ook fysiek? Je wegsteken [verstoppen] ?

    Ja, want ik heb nu ook de voorbije weken ook gewoon van thuis gewerkt. Ik dacht, als ik daar zit [dan moet ik niemand anders tegenkomen]. Maar het is dan ook dubbel want, dan denk ik: dan zit ik daar, thuis, mensen weten niets van Otis. En tegelijk vind ik het ook lastig dat hij op mijn werk geen plaats heeft. Maar ja als ze het niet weten dan … [kunnen ze er ook geen plaats voor maken].

    En de gaatjes die ik heb geprikt verlichten het benauwd gevoel. Dat zijn de collega’s die het weten, die wél heel lief zijn.

    – Julie

    Deel dit verhaal: