
Het is een dubbel gevoel dat ik in de doos heb proberen steken.
– Anne-Leen
Zo dat wollige, staat voor de zachte opstart, met ook wel wat diamantjes in, die verwijzen naar collega’s die heel veel begrip hadden.
En dan de hardere dingen, die tonen de foute uitspraken.
De strik, als je de doos sluit, dat je toch ook de druk voelt om terug te gaan werken.
Aan de hand van een combinatie van zachte en harde materialen, symboliseert deze doos het spanningsveld dat Anne-Leen voelde toen ze terugkeerde naar haar werk na het verlies van Rani. Zachte watten in de rechterzijde staan voor de warmte en de steun die ze voelde van collega’s, maar tegelijkertijd gaat er ook hardheid verscholen onder, door, en drukkend op die zachtheid zoals te zien is in de harde, stekeligere materialen.
Anne-Leen vertelt over de confrontatie met goedbedoelde maar moeilijke uitspraken (“soms heb ik het gevoel dat ik het erger vind” en “je moet het nog een plekje geven”), de druk die ze voelt om terug te gaan werken. Over de spaghetti in haar hoofd – die gesymboliseerd wordt in de door elkaar lopende koorden – en de moeite die ze voelt om zich te concentreren. Over hoe mensen haar in woorden ‘ruimte’ geven om met dat kluwen om te gaan, maar hoe die ruimte er in praktijk helaas niet altijd is.
De zwarte strik op de bovenkant staat symbool voor dit kluwen van moeilijke, harde elementen, die in zijn duwen, doorwegen op het wollige, het zachte dat ze ervaart in de steun die ze krijgt.
Luister naar anne-leen haar verhaal:
LEES Anne-leen haar verhaal:
Ik heb een erg dubbel gevoel als het gaat over dat terug gaan werken. Ik werk heel graag, ik ontleen ook een stuk van mijn eigenheid aan mijn werken, of dat had ik toch zeker zo in het verleden.
Het moment dat ik heb uitgekozen [bij het maken van deze doos], is het evaluatiegesprek dat ik eind vorig jaar had. En ik dacht: ik ga nu ook eens even mijn moment nemen om mijn leidinggevende te bedanken, want ik heb ook heel veel rust en kansen gekregen. Dus tijdens dat gesprek spreek ik mijn dankbaarheid uit naar mijn leidinggevende, en ze krijgt het zelf zo wat moeilijk, ze zucht en zegt “soms denk ik dat ik het erger vind dan u”. Ik was totaal gechoqueerd.
Het is dat dubbel gevoel dat ik in de doos heb proberen steken. Van… enerzijds is het heel fijn om terug aan het werk te gaan en dat is… een zachte omgeving mag ik niet zeggen, maar ik ben heel goed onthaald, er was heel veel begrip, mensen die mij ook wel echt als mama zagen. Dus in dat opzicht heb ik daar heel veel ruimte en mogelijkheden gekregen. Maar [anderzijds] waren er ook wel regelmatig uitspraken, die goed bedoeld waren, maar heel fout en hard overkwamen, zoals die ene “soms denk ik dat ik het moeilijker vind” of “je moet het nog een plaats geven”… Allez, dat is misschien van een andere rangorde, maar zo ‘het nog een plaats geven’… [alsof je het gewoon in een schuifje kan wegsteken].
Dat is wat ik er in heb proberen verwerken. Zo dat wollige, dat zacht aankomen met ook wel wat diamantjes in, die verwijzen naar collega’s die heel veel begrip hadden, [mij] heel veel vragen stelden naar hoe het met mij ging, hoe het met mijn partner ging, die naar Rani vroegen. En dan de hardere dingen, die tonen de … foute uitspraken, of collega’s die niet weten wat ze moeten zeggen. Dat is zo wat het harde dat errond en eronder zit.
En dat harde toont ook de rouw, het gevoel. Het zit er ook zo wat rond, rond het zachte, maar dan eerder als een rand omdat het u soms wat tegen houdt, het beperkt u soms wat in uw werk, ge kunt soms niet meer.
En de zwarte strik op het deksel, die toont eigenlijk dat als je de doos dicht doet… dat je de druk ook wel voelt om terug naar het werk te komen.

En dan hier [aan de linkerzijde] de draden en stokjes…
– Anne-Leen
dat is zowat de spaghetti in mijn hoofd van het niet kunnen nadenken. […] Ik merk soms wel dat mijn hoofd niet meer dezelfde capaciteit heeft om te werken als daarvoor […]
Soms is er begrip voor en kan ik dat uitspreken. Maar soms is dat ook tussen zeggen [dat ze begrip hebben] en doen [tonen dat ze begrip hebben] helemaal anders.
En dan hier [langs de linkerzijde] de draden en stokjes, die staan voor de spaghetti in mijn hoofd. Het niet kunnen nadenken en het soms niet kunnen maken van een constructieve zin of een constructief antwoord. Dat dat soms ook wel wat weg is. Ik merk soms wel dat mijn hoofd niet meer dezelfde capaciteit heeft om te werken als daarvoor. Dus dat probeer ik hier nog zowat in te zetten dat het in het werk soms gewoon niet meer zo gestructureerd en zo consequent is als dat het vroeger was. En als er moeilijke of harde gesprekken zijn, of harde onderhandelingen zijn, dat dat ook wel anders binnenkomt, dan dat het daarvoor was. Dus er zitten ook wat hardere stukken in en zo ja, wat een spaghetti [als de spaghetti in mijn hoofd].
[…] Er is soms wel begrip voor en soms kan ik dat ook uitspreken, maar soms is er ook een groot verschil tussen dat zeggen en het ook doen. Ik kan soms ook wel aangeven van: ik heb veel te veel stress, en dan is daar begrip voor. En dan krijg ik toch twee uur later van: ahja maar ik heb tegen vanavond wel die rapportage nodig. Ja oké, dan heb je niet begrepen dat ik veel stress heb. Of dan heb je het wel begrepen dat ik te veel stress heb, maar dan is het niet binnen gekomen. En dat is ook ja, de ene persoon meer dan de andere, dan de andere persoon.
Op de onderkant is er ook nog wel zo wat harde glitter, die is ook nog zo wat ruw. En die zeef tussen de harde en de zachte kant die kan je een beetje induwen. Omdat ik ook wel… ik merk ook wel aan mezelf dat het heel wankel is. En het gebeurt ook meer dan vroeger, dat ik kan zeggen van: ik heb een goede week gehad, en dan heb ik één tegenslag en keert dat ineens helemaal om. Dus dat is zo het stabiele dat ik vroeger was of iets meer was [lacht]. Dat is wel wat weg… die weerbaarheid is erg veel geminderd.
Die zeef tussen de harde en de zachte kant, die kan je een beetje induwen. Omdat ik ook wel… ik merk ook wel aan mezelf dat het heel wankel is. En het gebeurt ook meer dan vroeger, dat ik kan zeggen: ik heb een goede week gehad, en dan heb ik één tegenslag en keert dat ineens helemaal om.
– Anne-Leen
Dus dat is zo het stabiele dat ik vroeger was of iets meer was [lacht]. Dat is wel wat weg… die weerbaarheid is erg veel geminderd.

Wat ik ook heel moeilijk vindt is dat ik terug mijn eigen functie wou kunnen doen. Ik heb nu eenmaal wel een functie waar ook wel wat druk bij hoort. Dus ook in mezelf voel ik voortdurend die spanning: ik wil wel meer doen en ik wil ook wel terug de moeilijkere dingen doen die ik normaal doe, maar ik kan het nog niet, of ik kan het nog niet aan. En dat is zo wel… ook zo dat spanningsveld in uzelf vond ik eigenlijk heel moeilijk.
Ik voelde voortdurend die spanning: ik wil wel meer doen en ik wil ook wel terug de moeilijkere dingen doen die ik normaal doe,
– Anne-Leen
maar ik kan het nog niet, of ik kan het nog niet aan.
Dat spanningsveld in mezelf vond ik eigenlijk heel moeilijk.
