
Dat ben ik in het hoekje. Want soms zeggen mensen dingen tegen mij [zoals mijn leidinggevende: “of je nu thuis bent of hier, Merel is er toch niet”]. En dan doe ik mij sterker voor en daarna sijpelt het pas binnen en denk ik: what the fuck, dit is echt niet oké.
– Hanne
Langs de buitenkant toont Hanne haar affect house als een cadeautje, een taartendoos met een strik op, zoals ze het zelf beschrijft. Ze denkt aan een moment waarbij haar leidinggevende haar uitnodigde voor een gesprek om te kijken hoe het met haar ging. Net als een cadeau was ze blij met die uitnodiging. Maar de binnenkant van de doos toont een ander beeld. Na een misplaatste opmerking van haar leidinggevende [“of je nu thuis bent of hier, Merel is er toch niet”] voelt ze zich in de hoek geduwd, en door ruw schuurpapier gescheiden van Merel, gesymboliseerd in de vogel die ze aan de andere kant van het schuurpapier plakt.
Luister naar Hanne haar verhaal:
Lees Hanne haar verhaal
Ja het is een doosje, je kan het open en dicht doen. Dus als je het dicht doet dan is dat… voor mij is dat zo een taartendoosje langs de buitenkant, en dan ook met die zachte achterkant van dat schuurpapier, dat is zowat zacht. En dat is eigenlijk zo van: oh ja leuk, ge krijgt een taartje ofzo.
Want waar ik dus aan dacht, als ik terug ben beginnen werken, dat was echt super moeilijk. Dat was ook begin januari, terwijl 25 januari was de uitgerekende datum van Merel, dus… het was zo allemaal wat veel.
Er had niemand eens aan mij gevraagd had “gaat het wat?” En ik wachtte daar wel wat op [dat iemand me zou vragen hoe het ging]. En dan hadden we een teambuilding en daar was ook een collega van mij aanwezig die twee vroege verliezen gehad heeft. En ik heb die teambuilding dan meegedaan en die collega en ik hebben gewoon gebabbeld. En ik was dan beginnen wenen en een foto van Merel laten zien enzo. En ik denk dat mijn directeur mij toen ook heeft gezien en dat die toen heeft gedacht van “ow die heeft het er wel moeilijk mee”. Want diezelfde dag sprak die mij zo aan van “aah Hanne ja, we zouden eigenlijk nog eens moeten babbelen want ja ik wil eens horen hoe het met u is”.

Voor mij is dat zo een taartendoosje zo van: oh ja leuk, ge krijgt een taartje ofzo. […] Dus dat is zo wat dat zachte op de doos van “kom maar met mij babbelen, ik maak tijd voor u”.
– Hanne
En ik had zoiets van: “ah oké..” Mijn leidinggevende had dan een gesprek ingepland voor maandag, en die maandag zij hij dan “ja het gaat toch niet lukken voor vandaag”. Dat is dan een paar keer verzet geweest, en na een tijdje was het voor mij genoeg en dacht ik “gast, ik ben al bijna twee maanden terug aan het werk, weet jij wel wat er in mij omgaat?”.
Maar goed, uiteindelijk was die vergadering er toch van gekomen. Dus ik had zoiets van “ooh ik ga het hier gewoon eens allemaal kunnen zeggen” [slaagt een opgeluchte zucht]. Dus dat is zo wat dat zachte [op de doos] van “kom maar met mij babbelen, ik maak tijd voor u in mijn agenda”, uiteindelijk toch.
En dan euhm … dat ben ik dan in het hoekje. Want soms zeggen mensen dingen tegen mij en dan doe ik mij dan sterker voor dan dat ik mij voel. En dan daarna sijpelt dat binnen en dan denk ik: what the fuck is dit, dit is echt niet oké. En ik toon al wel mijn emoties. Ik ben ook in dat gesprek met mijn leidinggevende beginnen wenen en dan zeg ik wel hoe moeilijk ik het heb, maar ik kan niet meteen reageren [als er iets confronterend gezegd wordt]. En dan daarna in mijn hoofd wordt dat gevoel toch nog wel erger en erger en erger.
Maar dus, ik heb [gewerkt rond] de situatie waar ik het daarnet al over had. Dat mijn directeur zei “thuis of hier, Merel is er toch niet”… Ik heb hier dat vogeltje geplakt, die staat symbool voor Merel, want ze is overal eigenlijk. Ze hangt ook in mijn leidinggevende zijn bureau, wat ik heel erg apprecieer. Maar zo’n uitspraak, dan wordt dat zo teniet gedaan.
Ik heb hier dat vogeltje geplakt, die staat symbool voor Merel, want ze is overal eigenlijk.
– Hanne

En ja ik heb er ook een hartje opgeplakt, het is zo wat zacht.. want mijn leidinggevende bedoelt dat goed, en die denkt “ik ga eens horen hoe het met Hanne is en ik ga haar motiveren om vol te houden”, dat denkt die denk ik. Maar ondertussen zijn er twee lagen schuurpapieren op elkaar, de ene wat zachter dan die erachter, want er is gewoon superveel druk op mij, van “stop niet met werken” en “wat maakt het nu uit of ge nu hier zit of thuis want Merel hebt ge toch niet meer”.
En wat was de aanleiding dat hij dat zei? Of hij zei gewoon?
Hij zei dat omdat ik hem vertelde dat ik het wel heel moeilijk vond om terug te komen werken, maar dat ik mezelf had voorgenomen gewoon te komen, te blijven en te helpen waar ik kan. Want eerst dacht ik “ik ga mijn werk terug doen zoals voordien.” Maar dan besefte ik “nee Hanne, wees gewoon fier [trots] op jezelf en dat je er staat.” Want ik heb wel momenten… ’s middags dan wil ik weg, en dan blijf ik toch en heb ik zoiets van “oké, dat is al goed”. En dan zei hij “ja maar ja.. stoppen is ook geen oplossing hé.” Zo dat een beetje.
Dus dan voel je je een beetje in een hoekje geduwd?
Ja dat is echt het gevoel dat ik heb met hem, die kan zoiets hebben als een bulldozer, die kan zo dingen zeggen en ik sta daar dan zo buiten en ik heb zoiets van what the fuck was dit? Zo dat een beetje.

Ik heb er ook een hartje opgeplakt want mijn leidinggevende bedoelt dat goed […] maar ondertussen zijn er twee lagen schuurpapier op elkaar, want er is gewoon superveel druk op mij van “stop niet met werken”, en “thuis of hier, Merel is er toch niet.”
– Hanne
