
Toen een collega vroeg “gaat het een beetje?” was het enige dat ik kon uitbrengen “nee… néé, het gaat niet!” Heel mijn lijf schreeuwde: “ik wil hiér nú niét zijn!”.
– Iris
Dus ja… dan ben ik daar ingestort […] Dat doolhof en het stormachtige symboliseren die paniekaanval.
Een erg smal doosje brengt een gevoel van benauwdheid over. Op de voorkant zien we het stormachtige, het doolhof dat Iris ervaarde bij haar terugkeer naar het werk. Dat Iris op de dienst neonatologie werkt en er in de eerste weken na haar terugkeer naar het werk meer overlijdens van baby’s waren dan normaal, maakte haar zoektocht om terug te gaan werken extra zwaar.
De spanning ontlaadt zich op een dag, wanneer een collega goedbedoeld aan Iris vraagt hoe het gaat. Opgebouwde benauwdheid maakt zich meester. Binnenin de doos beeldt ze zichzelf uit tijdens deze paniekaanval. Aan de hand van een kluwen wol, opgerold, op de grond, omringd door mist, toont ze hoe ze geen raad meer weet met zichzelf, met haar lichaam, met de waas in haar hoofd. Collega’s staan er als sponsen rond, goed bedoeld, maar op dat moment niet wat Iris zelf nodig had.
Op de buitenkant plakt Iris een hartje, met een scherpe rand eromheen als een scherpe rand om haar verdriet. Dit staat voor de druk die ze voelt, zoals het gevoel dat naar huis gaan falen is. Maar er is ook hoop in de zeemzoete hemel. Terwijl de voorkant en binnenkant een stormachtig tafereel overbrengen, biedt de achterkant hoop op de mist die opklaart, op de mogelijkheid om zachtheid te zien en verbinding te vinden met collega’s.
Luister naar Iris haar verhaal:
(Iris haar verhaal werd opnieuw ingesproken)
Lees Iris haar verhaal:
Ja het is bij mij een hele… periode.. allez.. ja.. ik ben voltijds gestart met werken. Mits de nodige vakantiedagen dacht ik dat dat wel ging gaan. Maar het was een heel heftige periode op het werk om terug te starten, maar dat is bij ons niet te voorspellen [Iris werkt op neonatologie].
En met heftige periode, bedoel je dan dat er veel kindjes worden opgenomen?
Het was heel druk op het werk, er zijn een aantal overlijdens geweest tijdens die eerste drie weken dat ik terug aan het werk was. Dat is veel meer dan gemiddeld bij ons… Dat zelfs collega’s tegen mij zeiden van, “het is ook wel niet de moment voor u om nu te komen werken… We hadden het graag anders gezien voor u”. Dus wel op zich lief bedoeld. Maar de periode was wel intens, dus daarmee dat ik hier ook wel zo een doolhof en een dingske [verwijst naar het stormachtige] heb..
En dat is dan geëscaleerd op één moment in een paniekaanval op het werk en ik ben niet verder geraakt dan de keuken op het werk.
En wat heeft die paniekaanval concreet getriggerd? Of daar was niet echt een trigger voor?
Ik denk het niet want ik ben niet echt op het werk verschenen. Ik moest die dag de late shift gaan doen. Onze afdeling bestaat uit twee verdiepen. Wij komen binnen in de keuken, daar mag alleen maar personeel komen. Meestal beginnen wij dan met een koffietje pakken, water vullen, eten in de frigo, handtas wegzetten… zo die dingen. En dan gaan wij naar boven waar de afdeling is en waar alle patiëntjes zijn opgenomen.
Maar ik voelde al in heel mijn lijf als ik in de auto zat van… een heel zwaar gevoel, heel mistig. Ik weet zelfs niet hoe dat ik op het werk geraakt ben. En in de keuken spreekt één van de collega’s die ik nog niet echt gezien had mij aan van “ah amai, fijn dat ge terug zijt, gaat het een beetje?” Super lief bedoeld, maar bij mij.. het enige dat ik kon uitbrengen was “nee.. néé het gaat niet”. En heel mijn lijf schreeuwde eigenlijk van “ik wil hiér nú niét zijn!”. Dus ja… daar ben ik dan ingestort [lacht half] aan mijn handtassenkastje.
Binnenin is het gevoel van de paniekaanval zelf, een kluwen van wol, omdat ik met mezelf geen raad weet […] de pluche langs de zijkant verwijst naar de mist in mijn hoofd op dat moment. De sponsjes naar mijn collega’s die vanuit een sensatie naar me toekwamen.
– Iris

Er zal wel veel aanleiding geweest zijn de dagen voordien die opgestapeld geweest zijn en op dat moment er precies is uitgekomen.
Er zijn een paar collega’s die het toevallig gezien hadden. Die zijn achter mij aangekomen. Maar dat waren zo niet de collega’s waar ik op dat moment heel veel tegen wou zeggen ofzo. Een andere collega waar ik wel goed mee overeenkom was boven op de dienst aan het werk, en die hebben ze dan voor mij naar beneden gestuurd om mij mee op te vangen. En dan zeiden ze ook van “ja maar ja, zo kunt gij niet komen werken, ga naar huis”. Maar voor mij was op dat moment naar huis gaan… falen, want dat is een teken dat het niet ging…
Daarmee is er hier zowat een doolhof en het stormachtige, die symboliseren de paniekaaval. En dan zo een minihartje in mijn rondje…
[iedereen kijkt naar het kleine rondje met een hartje in “ohjaa”]

De achterkant is een zeemzoete hemel, dat het opklaart in mijn hoofd en zie dat er zachtheid is.
– Iris
Dus dat is een hartje, maar meer ook wel van de druk [van het hartritme dat omhoog gaat bij het ervaren van druk]. Daarmee dat ik het bewust zo geplakt heb, met een scherp randje..
En in de doos is dan het moment van de paniekaanval zelf, heb ik echt een kluwen van wol gemaakt, echt zo helemaal… dat ik met mezelf geen blijf weet. En de sponsjes zijn mijn collega’s, die zo langs de ene kant wel naar mij toe kwamen, maar zo eerder van “oei ja, er is een beetje drama, we gaan doen alsof we met u inzitten en u kunnen helpen”.
Maar zo dat… Ja ik weet dat dat heel lief bedoeld was, maar op dat moment stonden de mensen rond mij die ik niet wou of nodig had.
En die pluche verwijst naar de mist in mijn hoofd op dat moment. Ik heb hem bewust aan de zijkant geplakt, want anders zag ge niks meer van de binnenkant van de doos.
En dan de achterkant een zeemzoete hemel, als het vervolg van die situatie. Dat het opklaart in mijn hoofd, dat ik wel zie dat er zachtheid is, en dat ik zeker niet mag klagen hoe de collega’s of het grootste deel van de collega’s met me inzitten.
