
Ik wou énkel op het kerkhof zijn. Dus ik heb hier in het midden sterretjes gedaan, dat is de plek op het kerkhof. En dan heb ik allemaal zwarte pijlen en zwart eromheen gedaan, want alles wat daarbuiten lag was écht verschrikkelijk. […]
– Kimberly
Dus dat zijn al die baantjes met stokjes erin. Ik wou bij hem zijn, altijd. […] ik wil in dat midden blijven want hier ben ik mama en daarbuiten… ben ik dat niet.
Sterren omhuld door zwarte pijlen, paden en prikkeldraad met tandenstokers in sieren het midden van Kimberly haar doos. De sterren symboliseren het kerkhof waar Stan begraven ligt, de plek waar Kimberly altijd zou willen zijn, en eigenlijk zoveel mogelijk is: dichtbij hem, als zijn mama. Ze vertelt hoe ze tot bijna bevroren toe naast Stan zijn graf zit, de nabijheid zoekt, hoe ze om 4u30 ’s morgens opstaat om bij hem te zijn, net zoals wanneer Stan er fysiek zou zijn.
De donkerte, het schurende en het stekende verwijzen naar de pijn die ze ervaart als ze toch weg moet van het graf, over haar eigen grenzen heen. De paden leiden naar de starende ogen die Kimberly aan de zijkant van haar doos plakt, de manier waarop ze zich bekeken voelt, als ‘de dood die hier voorbij wandelt’. Ze sluit zich op in het toilet, om niet geconfronteerd te worden met die blikken, om te wenen en dan weer verder te kunnen met het werk.
Het gedicht dat op de bovenkant van de doos geschreven staat geeft weer hoe zich voelt:
Niemand die weten kan hoeveel ik van je hou
Niemand die me troosten kan in mijn verdriet om jou
Niemand die weet hoe vreselijk ik je mis
Niemand die weet hoe erg die pijn wel is
Toch zijn er ook lichtpunten, verscholen in de gele – geel is Stan zijn kleur – zachte texturen die eveneens op de zijkant, achter de pijnlijke obstakels, prijken. Ze staan voor de warmte die ze voelt bij een collega die haar wél ziet, waarmee ze een taal ontwikkelt om middels symbolen aan te geven wanneer het moeilijk gaat en bij wie ze terecht kan.
Luister naar Kimberly haar verhaal:
Lees Kimberly haar verhaal:
Ik heb net als jij [verwijst naar Laura, mama van Ubbe] oogjes aan de zijkant geplakt, ook overal rond omdat ik heel sterk dat gevoel had dat iedereen naar mij keek en ik voelde mij precies alsof ‘de dood wandelt hier voorbij’. Dat gevoel had ik, iedereen kijkt naar mij. De eerste weken gingen wij ook in een ander dorp winkelen daardoor, we gingen naar andere winkels omdat we dachten: hier kunnen we rustig winkelen. Dat zijn die oogjes. Ik had dat op het werk… toen ik terug ging werken ook heel sterk het gevoel van: iedereen kijkt naar mij en iedereen denkt eraan maar durft niks zeggen. Dat was zeer onwennig.

Ik heb met oogjes aan de zijkant gewerkt, omdat ik het gevoel had dat iedereen naar mij keek. Ik voelde mij precies alsof ‘de dood wandelt hier voorbij’
Kimberly
Ik had toen ook de pech dat… ik werk in een MRC, met kinderen met een motorische beperking. Ik had mijn vaste leefgroep, maar omdat ik zwanger was hadden ze mij vervangen, omdat ik er 1,5 jaar niet zou zijn [op dit werk word je vervangen eens je zwanger bent]. Maar ze hadden mijn vervangster op een andere dienst ingezet, ze hadden dus eigenlijk mijn plek verschoven, omdat ik er toch niet was. En die plek op die andere dienst, dat was net de plek waar ik zelf nooit voor koos om te staan, bij de oudste groep, jongvolwassenen eigenlijk.
Dus ja, ik kwam dan veel vroeger terug dan verwacht en ik moést op die dienst met jongvolwassen staan. Dat was dus een dienst, ook al was ik niet zwanger en zouden mij vragen om daar te staan, dan zou ik ook een enorme weerstand voelen van “dat is niet wat ik graag doe”. En dus nu moest ik daar staan, in die situatie [nadat Stan overleden was]. Dus ik ging elke dag werken op een plek waar ik mij sowieso al helemaal niet goed voelde. Dus dat was heel… dat was echt een strijd, iedere dag, dus… dat was gewoon mijn werk doen met die jongvolwassen, automatische piloot. En de tijd dat ze naar school waren of… dan ging ik mij dikwijls opsluiten, om te kunnen wenen, wenen, wenen, om dan weer verder te kunnen doen. Dus dat is eigenlijk van januari tot juni heb ik dat gedaan op die manier. Ik heb héél veel op het toilet gezeten, gewoon om te wenen en vooral mij weg te steken dat niemand mij kon zien of mij niets kon vragen.
Ik moest terug starten op een plek waar ik mij sowieso al helemaal niet goed voelde. Dat was een strijd, iedere dag.
Kimberly
Ik sloot mezelf dikwijls op, om te wenen, wenen, wenen. En dan weer verder te kunnen doen. Ik heb héél veel op dat toilet gezeten, gewoon om te wenen, en mij weg te steken, zodat niemand mij kon zien of mij iets kon vragen.
Waarom mocht niemand jou zien wenen of mocht niemand je iets vragen? Ik kon dat niet.. ik wou dat niet. Dat was in het algemeen zo, Ik wou énkel maar op het kerkhof zijn. Dus ik heb hier in het midden sterretjes gedaan, dat is de zwarte plek op het kerkhof eigenlijk en dan heb ik allemaal zwarte pijlen en zwart errond gedaan want alles wat buiten het kerkhof was – wij woonden gelukkig vlak aan het kerkhof – alles wat daarbuiten lag was écht verschrikkelijk. Ik voelde precies iedere meter dat ik verder wegging van thuis of van het kerkhof.. als wij op vakantie of als ik op weekend, dat was… ja ik vond dat verschrikkelijk omdat ik dan precies ver weg ging, ik heb daar ook echt angsten op gedaan van weg te gaan in die periode.
Dus dat zijn al die baantjes die ik getekend heb met die stokjes erin. Omdat ik dat niet kon… Ik zou eigenlijk… met dat dat een uitdovend kerkhof was, pakt dat dat zijn grafje was, hier was dat open en dat werden de oudste grafjes, want da’s eigenlijk, hij was het einde van het rijtje, er werd niemand meer begraven erna, en da’s open. En ik zat heel veel op die open plek. Dat was mijn plek. Als ik om 7u moest gaan werken dan stond ik soms om 4u op om daar toch nog een uur te kunnen gaan zitten. Januari, februari, in de winter.. om daar nog een uur te kunnen zitten bij hem voordat ik ging werken met de trein.
Andere mama: Was dat voor de nabijheid?
Ja [vastberaden], ik wou altijd bij hem zijn, altijd. Daar zitten. Want ik zei tegen mijn man, ze moeten hier een bankje maken, ze moeten hier.. allez.. ik zou daar een ganse tuinset gezet hebben bij wijze van spreken hé, om daar in de zomer te bbq’en echt wel. Ik heb daar ook vanalles gedaan, ik heb daar gegeten, ik heb daar, vanalles, allez.. moest daar een camera staan dat ze kunnen terugdraaien.. Ik heb daar ook een keer bijna bevroren geweest omdat ik daar zo lang gezeten had. Echt paars, dat ik thuis kwam en dat ik uren heb moeten bekomen, dat deed me niets als ik daar zat..
De prikkeldraad is dat ruwe, ik wil niet weg van dat kerkhof, maar ik moet, altijd over mijn eigen grenzen heen eigenlijk.
– Kimberly

Dus het zijn de tandenstokers die u verhinderen om weg te gaan, en de prikkeldraad is hetzelfde als bij Laura, mama van Ubbe [die ook een prikkeldraad gebruikte om te tonen hoe het schuurt om terug te moéten werken]?
Ja de prikkeldraad is zodat ruwe, ik wil daar eigenlijk niet weg, maar ge moet, altijd over mijn eigen grens eigenlijk, altijd over mijn eigen..
En is er dan iets dat ge zegt dat in dat midden.. dat ge zegt, ik wil in dat midden blijven want hier ben ik mama en daarbuiten... [vastberaden]
Ja, want dat vroeg opstaan, dat was ook dat ik dat deed in het idee van als ge een baby hebt dan staat ge ook vroeg op hé, ’s nachts wordt ge ook 10x wakker en ik heb .. ik wou zo dat patroon leven dat ik zou leven moest hij er zijn.
Mag ik dat dan vergelijken met jouw cocon Laura, die jij daarstraks beschreef van “daar ben ik mama”?
Laura: Ik denk het wel
En dat als je daarbuiten gaat.. de mensen kijken wel, maar erkennen mij niet in die identiteit van mama zijnde? Omwille van het feit dat je een stempel krijgt van ziek te zijn in plaats van erkend te worden als rouwende mama bijvoorbeeld?
Laura: Ja.. ik denk dat dat wel goed verwoord is.
Kimberly: Ja er zijn veel dingen van bij jou Laura, dat ik echt herkende van in mijn creatie.

Die gele vlekjes die ik er tussen gedaan heb dat zijn mijn lichtpuntjes een beetje op dat moment […] Ik had toen een collega, zij was bezig met een IVF traject, we hebben eigenlijk samen in die periode veel leuke dingen gedaan, door gewoon te kunnen lachen met elkaars miserie en elkaars verhaal te kunnen horen. Dat is belangrijk geweest in die eerste twee jaar.
– Kimberly
Die gele vlekjes die ik hier gedaan heb, daartussen, af en toe, ik had er eerst meer gedaan, maar dat klopte precies niet dus ik heb er maar enkele gehouden.. en dat is eigenlijk in die periode was Yellow van Coldplay veel op de radio en dat was mijn nummer geworden. Yellow, geel, is ook de kleur van Stan geworden uiteindelijk. En die gele dingen dat zijn zo mijn lichtpuntjes een beetje op dat moment.
En ik had toen ook, dat is ook erg grappig, ik had een collega die mij een berichtje had gestuurd. Die ik ook wel kende, maar niet écht kende. En ze wou eens langs komen. Zij was bezig met een IVF traject en zat er eigenlijk mentaal ook serieus door, dat was een hele struggle. Dus ik zat dan met dit, deze rouw. Zij is dan langs gekomen en wij hadden dan een match, we hebben een goede klik gekregen. En we hebben dan eigenlijk samen in die periode veel leuke dingen gedaan, door gewoon ook te kunnen lachen met elkaars miserie en elkaars verhaal te kunnen horen. En dat werd dan eigenlijk een hele hechte vriendschap. Dat is vanzelf weer uitgedoofd eens zij haar kinderen had. Ze heeft uiteindelijk 3 kinderen gekregen. En een keer dat ik mij beter voelde zijn onze wegen terug wat gescheiden. We kennen elkaar wel nog altijd en het is nog altijd super leuk, maar dat is niet meer zo close dan dat dat toen was, maar dat is wel belangrijk geweest in die eerste twee jaar.
Dus zij zat mee in uw cirkeltje van comfort?
Ja eigenlijk wel. Maar ik heb ze ook tussen die ogen gezet, omdat ze ook één van die collega’s rondom mij was, maar die mij wel zag. Wij moesten gewoon maar eens … we hadden van die signalen waarmee we zeiden “dit” of “dat”, “ik ga nu naar daar, kom je mee even om …”, je weet wel. Dat was onze geheime taal.
Een collega en ik hadden signalen, waarmee we zeiden “dit” of “dat”, “ik ga nu naar daar, kom je even mee?’.
– Kimberly
Je weet wel. Dat was onze geheime taal.
En dan hier ook, omdat je sprak van een gedichtje, er was een gedichtje dat… ik zocht heel veel teksten op, ik ben ook een blog beginnen schrijven in die periode om alles te kanaliseren en de dichtste mensen rondom mij die kenden die blog. En die lazen dat ook en zo bleven zij ook op de hoogte van hoe ik mij voelde zonder dat ik het moest vertellen. En dit was ook één van de vele gedichtjes die ik ben tegengekomen dat altijd door mijn hoofd bleef malen. Ik kan dat nu nog opzeggen. Dat bleef voortdurend in mijn hoofd.
Niemand die weten kan hoeveel ik van je hou
Niemand die me troosten kan in mijn verdriet om jou
Niemand die weet hoe vreselijk ik je mis
Niemand die weet hoe erg die pijn wel is
Dat was zoiets dat voortdurend door mijn hoofd ging en nu nog.
En dan heb ik er een girafje bij getekend omdat zijn knuffel was een girafje .. ja allez, ik ben ook niet iemand die zo random een knuffel koopt, dat was een hele zoektocht geweest tot dat ik de ideale knuffel voor mijn kind had. En dat was een giraffe. En dat is ook met het geel, toevallig ook zijn kleur dat was een symbool geworden voor ons.
Dit was één van de vele gedichtjes die ik ben tegengekomen en dat altijd door mijn hoofd bleef malen. Ik kan dat nu nog opzeggen, dat bleef voortdurend in mijn hoofd:
– Kimberly
Niemand die weten kan hoeveel ik van je hou
Niemand die me troosten kan in mijn verdriet om jou
Niemand die weet hoe vreselijk ik je mis
Niemand die weet hoe erg die pijn wel is

